Met beweeglogica en big data werken aan de bewegende stad!

De Amsterdamse beweeglogica deed vorig jaar haar intrede: wat kan er in de fysieke omgeving worden gedaan om meer mensen (meer) in beweging te krijgen? Wat drijft ze, of andersom; welke belemmeringen moeten worden weggenomen? De volgende uitgangspunten werden in Amsterdam geformuleerd:

  • De bewegende stad geeft ruim baan aan de fietser en voetganger;
  • In de bewegende stad is sport om de hoek;
  • De bewegende stad is een speeltuin;
  • In de bewegende stad wordt niet stilgezeten.

Ik geloof niet dat iemand het hier in de basis mee oneens is, toch slagen we er nog onvoldoende in om wensen en ambities daadwerkelijk te realiseren. Veel nieuwe concepten worden ontwikkeld, doen hun intrede maar leiden niet tot daadwerkelijke impact. De oplossing moet in mijn optiek dichter bij huis gevonden worden; door aan te sluiten bij de beweeglogica en dit ook zo in het beleid te verankeren. Zo zijn de uitgangspunten in Amsterdam vertaald naar concrete bouwstenen, met nagenoeg op alle onderdelen aansluiting naar beleid (structuurvisie openbare ruimte, uitvoeringsagenda’s, mobiliteitsaanpakken en overige agenda’s en plannen). Daadwerkelijk doen dus!

De naderende omgevingswet kan ook andere gemeenten hierbij helpen. Niet voor niets onderwerp van gesprek tijdens de werkconferentie van VSG op 14 juni jl.. Het concreet toewijzen van een aantal specifieke m2 per gebied gaat wellicht wat ver. Maar het direct meenemen van beweeg- en sportmogelijkheden in ruimtelijke ordeningsvraagstukken en bij gebiedsontwikkeling leidt direct tot resultaten. Dat onderstreept ook Hugo van der Poel, directeur van het Mulier Instituut in zijn betoog op SportKnowhowXL op 27 juni jl..

Het sociaal domein en de fysieke leefomgeving komen hier bij elkaar. Dat bewijst “Geleen, lokaal voor iedereen” een initiatief dat meedingt naar de prijs “Who Cares”, waarvan de winnaars tijdens de Dutch Design Week bekend worden gemaakt. De maximale afstand die ouderen met een rollator afleggen is ongeveer 300 meter. Dat betekent dus veelal een beperking in de activiteiten die ondernomen kunnen worden. Geleen, lokaal voor iedereen! wil ervoor zorgen dat er elke 300 meter ontmoetingsplaatsen zijn; van koffiekamer, een bakker met stoeltjes voor de deur of een boom met bankjes erbij. Deze ‘rollatorcirkels’ moeten de afstand tot voorzieningen (gevoelsmatiger) kleiner maken. Kortom, wanneer de mobiliteit, tegelijk met ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang verbetert groeit de sociale (veer-)kracht. Met als bijvangst afname van onveiligheid en positieve effecten op de leefbaarheid en vitaliteit tot gevolg.[1]

Zo maar een voorbeeld, maar het laat zich raden welke kansen dit biedt voor uitdagingen in het social domein (o.a. participatie, sociale cohesie, zelfredzaamheid) en het economische domein (o.a. arbeidsparticipatie, verlaging kosten voorzieningen, verhogen bestedingen). Met niet alleen voorzieningen maar ook programmering raak je beleidsterreinen ruimtelijke ordening, sport, groen/natuur, onderwijs (speelruimte, schoolpleinen) en recreatie en & toerisme. Hierbij is de rol van (big-)data essentieel: data geven inzicht in de inwoners van de stad. Waar woont welke doelgroep en wat zijn hun huidige en toekomstige behoeften? Deze inzichten vormen een belangrijke bron voor beleidsbeslissingen. Eigenlijk zou op basis van deze informatie ieder nieuw initiatief of besluit niet alleen moeten worden beoordeeld op intrinsieke meerwaarde voor de desbetreffende portefeuille maar ook op de meerwaarde voor andere beleidsterreinen. De inclusieve samenleving als basis.

Bij SSNB (Sportservice Noord-Brabant) zien we steeds meer gemeenten de switch naar dergelijk integraal denken en handelen maken. Wij merken dat we met sport en bewegen vaak een mooie kapstok hebben om een dergelijk proces in te gaan. De eigenschappen spreken voor zich. We zien het ook als onze uitdaging en opdracht om keer op keer te beoordelen waar we de meerwaarde voor andere domeinen kunnen realiseren. Het aanjagen en faciliteren van integrale bewegingen. Met verschillende gemeenten in Brabant zijn we trajecten opgestart om met sport en bewegen een bijdrage te leveren aan het sociale domein. Andere projecten zijn gebaseerd op het principe ‘de sportieve ruimte openbaar en de openbare ruimte sportief’. In alle gevallen gaan we uit van de data en de perspectieven en kijken we hoe we alle stakeholders en dus belangen kunnen betrekken. De Urban Sports & Culture is hiervan een mooi voorbeeld. Een beweging waarbij veel uitdagingen en doelstellingen samenkomen: jeugd/jongerenwerk/-zorg, sport, cultuur, vastgoed, openbare ruimte, evenementen, talentontwikkeling, innovatie en dan ben ik waarschijnlijk niet eens volledig. Een mooie aanvulling op de vaak nog wat traditionele sport- en beweeginfrastructuur. Qua branding ook nog eens dusdanig krachtig, dat ook de economische voordelen zich laten raden.

Kansen te over dus, maar laat ik vooral niet doorschieten. Hoe mooi zou het al zijn wanneer alle gemeenten bij hun RO-vraagstukken en de naderende omgevingswet (big-)data en beweeglogica als uitgangspunten meenemen zodat steeds meer mensen verleid worden om (meer) te gaan bewegen. Samen werken aan een bewegende stad (of wijk, of dorp)…!

[1] Afkomstig van Dimensus.nl

Brigitte Musters Directeur
Contactformulier

Ik schrijf me in voor de nieuwsbrief van SSNB

Top