Author Archives: Brigitte Musters

De kracht van sport & bewegen

Lees het gehele artikel

Deze blog is geschreven door Brigitte Musters, directeur SSNB, en ook gedeeld via LinkedIn.

#dekrachtvansportenbewegen

SSNB bestaat dit jaar 40 jaar: al sinds 1979 zetten we ons als kennispartner en verbinder in voor een gezond en veerkrachtig Brabant. Een mooi moment om even stil te staan bij ons vak, de sector, onze rol en de toegevoegde waarde van sport & bewegen in het bijzonder.

In het hart van de samenleving

Ooit zijn we als Stichting Sportservice Noord-Brabant gestart als steunfunctie van de provincie. Met het verschuiven van de verantwoordelijkheden binnen de diverse overheidslagen zien we ook een verandering van het speelveld ontstaan. Bij uitstek bevindt de wereld van sport en bewegen zich in het hart van de samenleving, met de sportvereniging als ultieme en kwetsbare samenwerkingsvorm. Een hecht netwerk van sporters, vrijwilligers en ouders, gestut door gemeenten en lokale sponsoren. Maar ook de wereld van de ongebonden of anders-georganiseerde sport (fitness, bootcamps, etc.) is in toenemende mate zo’n netwerk van inmiddels steeds meer individuele sporters. Gemeenten vormen bij uitstek de overheidslaag die actief is in het scheppen van randvoorwaarden voor verenigingen, andere aanbieders, het onderwijs en instellingen om sport- en beweegaanbod toegankelijk te maken. Denk aan accommodaties en inrichting van openbare ruimte, de inzet van buurtsportcoaches, jeugdwerk, wijkprojecten en subsidies.

Het belang van investeren in vitaliteit

Binnen die gemeenten zijn we steeds vaker in gesprek met andere functionarissen dan die van de Sport. Sport & bewegen is immers een thema dat aan veel andere thema’s en daarmee domeinen raakt, zoals volksgezondheid, onderwijs, jeugdwerk, welzijnswerk, werk & inkomen, openbare ruimte, toerisme en regionalisering. Onze inwoners leven langer, moeten langer doorwerken en wonen langer thuis. Investeren in gezondheid is daarom van groot belang. Niet alleen normatief en curatief, maar juist ook preventief. Niet in de laatste plaats om de zorgkosten beheersbaar te houden. We moeten ervoor zorgen dat mensen langer vitaal blijven, kunnen meedoen in de samenleving, zo lang mogelijk hun eigen keuzes kunnen blijven maken en een sociaal netwerk hebben (en houden). Al langer spreken we daarom over de verschuiving van “sport & bewegen als doel” naar “sport & bewegen als middel”. Maar om de vruchten van dat laatste te kunnen plukken is de eerste vereiste dat we in beweging komen. Ik vind het dan ook heel positief dat het Nationale Sportakkoord dat in juni 2018 is gesloten, plezier in het sporten en bewegen als vertrekpunt neemt. Want alleen dan zijn we voldoende gemotiveerd om te blijven bewegen.

Integrale aanpak

Een ander uitgangspunt, misschien iets minder expliciet, is de integrale aanpak. Een containerbegrip als je niet oppast. Ik zal dan ook benoemen wat wij daaronder verstaan:

  • De integrale waarde van sport & bewegen
    Daarmee bedoelen we de gezondheidswaarde, de sociaal-maatschappelijke waarde, de economische waarde én de intrinsieke waarden (plezier, sportief en prestatief). Hoe meer verschillende waarden we tegelijk kunnen realiseren, hoe meer rendement onze inspanningen hebben. Gelukkig zien we dit steeds vaker terug. De Sport Toekomstverkenning illustreert dit, maar zo realiseert een concept als “bewegen naar werk” primair de sociaalmaatschappelijke en economische waarde en de verbinding sport en zorg combineert met name de economische en de gezondheidswaarde.
  • Rijksoverheid – provinciale overheid – lokale overheden
    Met het Nationale Sportakkoord, het nationale Preventie akkoord en de beoogde lokale en regionale sportakkoorden richten we de energie gelijktijdig op dezelfde doelen, waardoor we kunnen versnellen.
  • Domeinoverstijgend werken
    De koppeling van sport & bewegen naar het sociale domein om een bijdrage te leveren aan thema’s als eenzaamheid, armoede, participatie en (re-) integratie. Maar ook de koppeling naar het domein van de openbare ruimte waarin veel meer ‘beweeglogica’ toegepast zou kunnen worden om mensen te verleiden meer intrinsiek te bewegen. Hierbij gaat het om de juiste mix tussen hardware (inrichting voorzieningen), sofware (beweegprogramma) en orgware (de juiste stakeholders zijn betrokken); niet alleen inzetten op gezondheidsbescherming maar juist ook op gezondheidsbevordering dus.
  • De leefomgeving in zijn geheel
    Voorheen waren acties vooral ‘eendimensionaal’ gericht, bijvoorbeeld op bewegingsonderwijs of acties op de jeugd. We zien nu vaker programma’s ontstaan vanuit bijvoorbeeld een wijkoogpunt (@home, @work, @school, @public spaces, @…). Hierin is ook ruimte voor andere aspecten zoals voeding, de aanwezigheid van groen en dergelijke en ook de sociale omgeving van de doelgroep wordt meegenomen.
  • Samenwerken
    De diverse partijen binnen de sport werken nog onvoldoende samen. Met bijvoorbeeld de lokale sportakkoorden beogen we juist dat de sport zich gaat organiseren langs gemeenschappelijke ambities en daarmee een betere (gespreks-)partner wordt voor de gemeente en andere entiteiten. Maar ook tussen lokale, regionale en landelijke partijen; wie kan wat bijdragen aan het uiteindelijke doel?

De oplossing voor alle uitdagingen?

Is sport & bewegen dan dé oplossing voor alle uitdagingen? Nee, natuurlijk niet, maar de kenmerken van sport & bewegen (universeel, leuk, gezond, laagdrempelig, verbindend) dragen vanwege hun meerwaarde wel bij aan het oplossen van ervan. Niet voor niets heeft SSNB dit samen met NOC*NSF en BrabantSport richting de nieuwe statenleden bij hun aanstelling benoemd! “Brabant de meest vitale provincie van Nederland” is dan een mooie ambitie. En vitaal wordt hierbij breed geduid. Wij willen een gezonde, vitale samenleving zijn waar het prettig wonen, leven en werken is. We hechten grote waarde aan de samenhang en balans hiertussen. Wij willen een gemeenschap zijn waar iedereen mee kan doen, hard gewerkt wordt, Brabanders en bezoekers zich thuis voelen en het plezierig toeven is. Daarbij zijn natuurlijk vele factoren van invloed, maar we geloven met sport & bewegen een substantiële bijdrage te kunnen leveren.

Bewust van groter speelveld

Moet je dan bij alles wat je doet alle bovengenoemde uitgangspunten hanteren? Dat zou wel een erg ingewikkelde puzzel worden. Maar het is wel goed te beseffen dat het speelveld in nagenoeg alle gevallen groter is dan het domein waar jouw focus of verantwoordelijkheid voornamelijk ligt. Om impact te realiseren moeten immers meerdere radartjes in elkaar grijpen, moeten we ook (meer) samenwerken. En hoe meer we ons dat realiseren, hoe beter we hiermee aan de voorkant rekening kunnen houden: de juiste dingen doen, die dingen juist doen en uiteindelijk daarmee de goede dingen nog beter te doen.

Integrale kracht benutten

In een dergelijke lerende omgeving is de rol van de overheden die van richten, zij bepalen de koers. Voor SSNB zie ik primair een opgave met betrekking tot het inrichten; wij brengen kennis en (lokaal, regionaal en landelijk) netwerk bij elkaar, nemen de regie, ontwikkelen, organiseren en coördineren & begeleiden. Zodat de dingen ook daadwerkelijk [lokaal] verricht kunnen worden. Vaak in de rol van adviseur of onafhankelijk procesbegeleider zoals als die van sportformateur of adviseur lokale sport. Maar ook bij de totstandkoming van integrale [uitvoerings-] nota’s, samenwerking tussen of fusies van verenigingen en de open club/vitale vereniging. En natuurlijk bij domein overstijgende thema’s zoals bewegen in de openbare ruimte, positieve gezondheid en het verduurzamen van sportaccommodaties. Resultaat: duurzame lokale oplossingen voor opgaven met sport & bewegen als doel én als middel!

Als SSNB zijn we trots op deze verbindende en aanjagende rol en ik geloof er heilig in dat wanneer we er samen met alle relevante partijen in slagen de integrale kracht beter te benutten, dat sport & bewegen dan juist ook agendasettend kan zijn! #dekrachtvansportenbewegen

Verenigingsondersteuning 3.0

Lees het gehele artikel

Collega in de sector, Irfan Gadzo, schreef onlangs in SportKnowhowXL een drieluik over verenigingsblindheid en hoe bestuurders die in de slachtofferrol kruipen, dit in stand houden. Toch lastig wanneer juist voor de verenigingen een steeds grotere maatschappelijke rol voorzien is. Menig gemeente bouwt structurele subsidies af. Verwacht dat verenigingen samen met de maatschappelijke partners de handschoen oppakken om invulling te geven aan het beleid. Zelf doen dus. Meer doen vaak ook. En met anderen.

Verenigingen dienen hierbij vanzelfsprekend hun verantwoordelijkheid te nemen en natuurlijk vervullen de bonden hierbij een belangrijke rol. Gemeenten doen er echter verstandig aan hun verengingen hierbij te helpen. Dat gaat verder dan een cursus MVKT (meer vrijwilligers in korte tijd). Of het aanbieden van scans om energie in de accommodatie te besparen. Of de inzet van een verenigingsadviseur wanneer het water al aan de lippen staat. Het gaat om daadwerkelijk veranderen, bestaande patronen doorbreken, oude systemen loslaten. Dat gaat niet van vandaag op morgen en ook niet vanachter het bureau.

Doel bepalen
Ons advies is een concrete casus beet te pakken met een duidelijk doel. Bijvoorbeeld het betrekken van ouderen in een sociaal isolement in wijk x. Heel gericht aan de slag rondom een thema. Om te leren te definiëren wie belanghebbenden zijn. Met wie je als vereniging kunt en moet samenwerken. Wat je zelf te bieden hebt anders dan een betaald lidmaatschap, dus in termen van kennis, netwerk, tijd, middelen. Dat je daarbij ook mag vragen als vereniging.

Begeleiding
Om deze (nieuwe) vaardigheden te leren is tijd en begeleiding nodig. Het vraagt van verenigingen dat ze zich kwetsbaar opstellen. Openheid, samenwerking, eigenaarschap en veranderbereidheid. Eenmaal rondom een project toegepast, is de stap naar structureel je maatschappelijke rol pakken een stuk eenvoudiger. Zoals bij het “open club principe”. Gemeenten zouden juist daarin kunnen investeren, in duurzaam verenigen in plaats van (alleen maar) subsidies te verstrekken of korting op de huur te geven. Deze beweging zien we gelukkig steeds meer op gang komen.

Zelf doen
Wat kan de vereniging verder zelf doen? Met een betaalde verenigingsmanager veranker je de professionele werkwijze. Ja, deze kost geld, maar is ook in staat om geld voor de vereniging te verdienen. Door kosten te besparen en andere businessmodellen te ontwikkelen. Een dergelijke functionaris, die overigens ook door de gemeente (in aanvang) aangesteld kan worden, kan ook de communicatie verbeteren. Vanuit de vereniging naar de directe omgeving. Tussen de vereniging en de gemeente, maar ook tussen verenigingen onderling.

Win-win situatie
Communicatie is ook profileren. Een vereniging waar aandacht is en alles op rolletjes loopt, is een fijne plek om bij aangesloten te zijn en te blijven en mogelijk ook nog iets extra’s voor over te hebben. Een win-win situatie voor allemaal. Te weinig werk voor een verenigingsmanager? Dan kun je ‘m delen met andere verenigingen, dat zien we steeds vaker, zeker wanneer verengingen dezelfde accommodatie delen.

Hoe verder?
Wel ideeën maar nog geen goed beeld hoe e.e.a. aan te pakken? SSNB wordt in dergelijke trajecten regelmatig als onafhankelijk procesbegeleider ingezet; onze regio coördinatoren of verenigingsexperts delen graag hun kennis op dit gebied.

De sportnota belangrijker dan ooit!

Lees het gehele artikel

De sportnota achterhaald? Nee hoor, hij is belangrijker dan ooit!

Sportbeleid, visiedocument, keuzenota, uitvoeringsprogramma, zomaar wat verschijningsvormen welke we tegenkomen in gemeentenland. Binnen de ene gemeente passeren ze allemaal. Andere gemeenten beperken zich tot een uitvoeringsprogramma. Is het eigenlijk nog wel van deze tijd om een meerjarenbeleid aan het papier toe te vertrouwen? Want hoe weten we zo zeker waar concrete behoefte aan is in 2020? En wie leest dat nu nog? Zou de focus niet moeten liggen op het daadwerkelijk doen in plaats van erover te schrijven?

Binnen SSNB zijn wij van mening dat het formuleren van een visie en beleid, als onderlegger voor het uitvoeringsprogramma wel degelijk waardevol is. Zelfs essentieel! We hebben het dan zeker niet over een lijvig document, maar juist over een beknopte opzet met ambities, kaders, visie en strategie. Die daadwerkelijk gelezen en gebruikt wordt. Temeer daar de rol van sport & bewegen aan het veranderen is. Daar waar vroeger de sport centraal stond (het is leuk, het is gezond en kan prestatiegericht zijn), zien we dat het vandaag de dag veel meer gaat over de andere aspecten en waarden van de sport. Sport en bewegen is laagdrempelig. Het verbroedert en verbindt: het betrekt de samenleving en levert toegevoegde waarde op verschillende (beleids-)terreinen. In mijn vorige column schreef ik al over de toepassing van beweeglogica; de openbare ruimte sportief! De effecten zijn legio. Wil je daar als gemeente ten volle van profiteren, dan heb je een integrale aanpak nodig. In een dergelijke opzet werken per definitie meerdere partijen samen. Niet alleen binnen het gemeentehuis, maar juist ook daarbuiten.

Betrek deze partijen vooral bij de totstandkoming van de plannen. Een droom of een visie is een belangrijkste eerste stap: wat zou je voor jouw gemeente willen? Hoe kunnen de partijen in het maatschappelijk middenveld daar hun bijdrage aanleveren? In tijd, geld, kennis en/of netwerk. Eigenaarschap op thema. Dan gaat het niet over die nieuwe accommodatie die je als vereniging zo hard nodig denkt te hebben. Of de hoogte van de jaarlijkse subsidie voor de instellingen. Dan gaat het om het hoger gelegen belang, een vitale wijk bijvoorbeeld. Het is belangrijk dat je als gemeente ook je eigen rol goed duidt. Veel gemeenten zitten al in de rol van regisseur, maar kunnen niet helemaal op afstand acteren. De partijen in het veld hebben hulp nodig bij zelf de verantwoordelijkheid te nemen en hoe daarbij samen te werken. Ook het proces hoe daar te komen kun je prima in een beleidsnotitie kwijt.

We hebben goede ervaringen bij gemeenten die de totstandkoming van hun sportbeleid op deze wijze hebben ingericht. De gemeente bepaalt de kaders, maar is vervolgens een van de partijen in het veld die betrokken wordt. Zo’n inspraak- of samenspraakproces werpt direct z’n vruchten af. Partijen zijn vanaf het allereerste begin geïnformeerd. De betrokkenheid zorgt voor draagvlak, de eerste verbindingen worden gelegd. Er ontstaan veel creatieve ideeën. Het vereenvoudigt de politieke besluitvorming en daarna de uitvoering van de diverse onderdelen. Het geeft veel voldoening om dergelijke trajecten te mogen begeleiden. Onze ervaring beperkt zich in deze niet alleen tot het organiseren van een dergelijk proces en het schrijven van de notitie. Inhoudelijk voegen we trends en ontwikkelingen toe, niet alleen lokaal en regionaal, maar zelfs landelijk. Vooral de rol van onafhankelijk procesbegeleider blijkt keer op keer van waarde te zijn. Want we ervaren wel dat partijen het in het begin lastig vinden om verder te denken dat alleen het eigen belang. Zodra ze echter ervaren dat samenwerken loont en feitelijk juist tot een ‘grotere koek’ leidt, komt de energie echt op gang. En daarmee de beweging op de geformuleerde ambities!

 

Met beweeglogica en big data werken aan de bewegende stad!

Lees het gehele artikel

De Amsterdamse beweeglogica deed vorig jaar haar intrede: wat kan er in de fysieke omgeving worden gedaan om meer mensen (meer) in beweging te krijgen? Wat drijft ze, of andersom; welke belemmeringen moeten worden weggenomen? De volgende uitgangspunten werden in Amsterdam geformuleerd:

  • De bewegende stad geeft ruim baan aan de fietser en voetganger;
  • In de bewegende stad is sport om de hoek;
  • De bewegende stad is een speeltuin;
  • In de bewegende stad wordt niet stilgezeten.

Ik geloof niet dat iemand het hier in de basis mee oneens is, toch slagen we er nog onvoldoende in om wensen en ambities daadwerkelijk te realiseren. Veel nieuwe concepten worden ontwikkeld, doen hun intrede maar leiden niet tot daadwerkelijke impact. De oplossing moet in mijn optiek dichter bij huis gevonden worden; door aan te sluiten bij de beweeglogica en dit ook zo in het beleid te verankeren. Zo zijn de uitgangspunten in Amsterdam vertaald naar concrete bouwstenen, met nagenoeg op alle onderdelen aansluiting naar beleid (structuurvisie openbare ruimte, uitvoeringsagenda’s, mobiliteitsaanpakken en overige agenda’s en plannen). Daadwerkelijk doen dus!

De naderende omgevingswet kan ook andere gemeenten hierbij helpen. Niet voor niets onderwerp van gesprek tijdens de werkconferentie van VSG op 14 juni jl.. Het concreet toewijzen van een aantal specifieke m2 per gebied gaat wellicht wat ver. Maar het direct meenemen van beweeg- en sportmogelijkheden in ruimtelijke ordeningsvraagstukken en bij gebiedsontwikkeling leidt direct tot resultaten. Dat onderstreept ook Hugo van der Poel, directeur van het Mulier Instituut in zijn betoog op SportKnowhowXL op 27 juni jl..

Het sociaal domein en de fysieke leefomgeving komen hier bij elkaar. Dat bewijst “Geleen, lokaal voor iedereen” een initiatief dat meedingt naar de prijs “Who Cares”, waarvan de winnaars tijdens de Dutch Design Week bekend worden gemaakt. De maximale afstand die ouderen met een rollator afleggen is ongeveer 300 meter. Dat betekent dus veelal een beperking in de activiteiten die ondernomen kunnen worden. Geleen, lokaal voor iedereen! wil ervoor zorgen dat er elke 300 meter ontmoetingsplaatsen zijn; van koffiekamer, een bakker met stoeltjes voor de deur of een boom met bankjes erbij. Deze ‘rollatorcirkels’ moeten de afstand tot voorzieningen (gevoelsmatiger) kleiner maken. Kortom, wanneer de mobiliteit, tegelijk met ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang verbetert groeit de sociale (veer-)kracht. Met als bijvangst afname van onveiligheid en positieve effecten op de leefbaarheid en vitaliteit tot gevolg.[1]

Zo maar een voorbeeld, maar het laat zich raden welke kansen dit biedt voor uitdagingen in het social domein (o.a. participatie, sociale cohesie, zelfredzaamheid) en het economische domein (o.a. arbeidsparticipatie, verlaging kosten voorzieningen, verhogen bestedingen). Met niet alleen voorzieningen maar ook programmering raak je beleidsterreinen ruimtelijke ordening, sport, groen/natuur, onderwijs (speelruimte, schoolpleinen) en recreatie en & toerisme. Hierbij is de rol van (big-)data essentieel: data geven inzicht in de inwoners van de stad. Waar woont welke doelgroep en wat zijn hun huidige en toekomstige behoeften? Deze inzichten vormen een belangrijke bron voor beleidsbeslissingen. Eigenlijk zou op basis van deze informatie ieder nieuw initiatief of besluit niet alleen moeten worden beoordeeld op intrinsieke meerwaarde voor de desbetreffende portefeuille maar ook op de meerwaarde voor andere beleidsterreinen. De inclusieve samenleving als basis.

Bij SSNB (Sportservice Noord-Brabant) zien we steeds meer gemeenten de switch naar dergelijk integraal denken en handelen maken. Wij merken dat we met sport en bewegen vaak een mooie kapstok hebben om een dergelijk proces in te gaan. De eigenschappen spreken voor zich. We zien het ook als onze uitdaging en opdracht om keer op keer te beoordelen waar we de meerwaarde voor andere domeinen kunnen realiseren. Het aanjagen en faciliteren van integrale bewegingen. Met verschillende gemeenten in Brabant zijn we trajecten opgestart om met sport en bewegen een bijdrage te leveren aan het sociale domein. Andere projecten zijn gebaseerd op het principe ‘de sportieve ruimte openbaar en de openbare ruimte sportief’. In alle gevallen gaan we uit van de data en de perspectieven en kijken we hoe we alle stakeholders en dus belangen kunnen betrekken. De Urban Sports & Culture is hiervan een mooi voorbeeld. Een beweging waarbij veel uitdagingen en doelstellingen samenkomen: jeugd/jongerenwerk/-zorg, sport, cultuur, vastgoed, openbare ruimte, evenementen, talentontwikkeling, innovatie en dan ben ik waarschijnlijk niet eens volledig. Een mooie aanvulling op de vaak nog wat traditionele sport- en beweeginfrastructuur. Qua branding ook nog eens dusdanig krachtig, dat ook de economische voordelen zich laten raden.

Kansen te over dus, maar laat ik vooral niet doorschieten. Hoe mooi zou het al zijn wanneer alle gemeenten bij hun RO-vraagstukken en de naderende omgevingswet (big-)data en beweeglogica als uitgangspunten meenemen zodat steeds meer mensen verleid worden om (meer) te gaan bewegen. Samen werken aan een bewegende stad (of wijk, of dorp)…!

[1] Afkomstig van Dimensus.nl