Author Archives: Brigitte Musters

Verenigingsondersteuning 3.0

Lees het gehele artikel

Collega in de sector, Irfan Gadzo, schreef onlangs in SportKnowhowXL een drieluik over verenigingsblindheid en hoe bestuurders die in de slachtofferrol kruipen, dit in stand houden. Toch lastig wanneer juist voor de verenigingen een steeds grotere maatschappelijke rol voorzien is. Menig gemeente bouwt structurele subsidies af. Verwacht dat verenigingen samen met de maatschappelijke partners de handschoen oppakken om invulling te geven aan het beleid. Zelf doen dus. Meer doen vaak ook. En met anderen.

Verenigingen dienen hierbij vanzelfsprekend hun verantwoordelijkheid te nemen en natuurlijk vervullen de bonden hierbij een belangrijke rol. Gemeenten doen er echter verstandig aan hun verengingen hierbij te helpen. Dat gaat verder dan een cursus MVKT (meer vrijwilligers in korte tijd). Of het aanbieden van scans om energie in de accommodatie te besparen. Of de inzet van een verenigingsadviseur wanneer het water al aan de lippen staat. Het gaat om daadwerkelijk veranderen, bestaande patronen doorbreken, oude systemen loslaten. Dat gaat niet van vandaag op morgen en ook niet vanachter het bureau.

Doel bepalen
Ons advies is een concrete casus beet te pakken met een duidelijk doel. Bijvoorbeeld het betrekken van ouderen in een sociaal isolement in wijk x. Heel gericht aan de slag rondom een thema. Om te leren te definiëren wie belanghebbenden zijn. Met wie je als vereniging kunt en moet samenwerken. Wat je zelf te bieden hebt anders dan een betaald lidmaatschap, dus in termen van kennis, netwerk, tijd, middelen. Dat je daarbij ook mag vragen als vereniging.

Begeleiding
Om deze (nieuwe) vaardigheden te leren is tijd en begeleiding nodig. Het vraagt van verenigingen dat ze zich kwetsbaar opstellen. Openheid, samenwerking, eigenaarschap en veranderbereidheid. Eenmaal rondom een project toegepast, is de stap naar structureel je maatschappelijke rol pakken een stuk eenvoudiger. Zoals bij het “open club principe”. Gemeenten zouden juist daarin kunnen investeren, in duurzaam verenigen in plaats van (alleen maar) subsidies te verstrekken of korting op de huur te geven. Deze beweging zien we gelukkig steeds meer op gang komen.

Zelf doen
Wat kan de vereniging verder zelf doen? Met een betaalde verenigingsmanager veranker je de professionele werkwijze. Ja, deze kost geld, maar is ook in staat om geld voor de vereniging te verdienen. Door kosten te besparen en andere businessmodellen te ontwikkelen. Een dergelijke functionaris, die overigens ook door de gemeente (in aanvang) aangesteld kan worden, kan ook de communicatie verbeteren. Vanuit de vereniging naar de directe omgeving. Tussen de vereniging en de gemeente, maar ook tussen verenigingen onderling.

Win-win situatie
Communicatie is ook profileren. Een vereniging waar aandacht is en alles op rolletjes loopt, is een fijne plek om bij aangesloten te zijn en te blijven en mogelijk ook nog iets extra’s voor over te hebben. Een win-win situatie voor allemaal. Te weinig werk voor een verenigingsmanager? Dan kun je ‘m delen met andere verenigingen, dat zien we steeds vaker, zeker wanneer verengingen dezelfde accommodatie delen.

Hoe verder?
Wel ideeën maar nog geen goed beeld hoe e.e.a. aan te pakken? SSNB wordt in dergelijke trajecten regelmatig als onafhankelijk procesbegeleider ingezet; onze regio coördinatoren of verenigingsexperts delen graag hun kennis op dit gebied.

De sportnota belangrijker dan ooit!

Lees het gehele artikel

De sportnota achterhaald? Nee hoor, hij is belangrijker dan ooit!

Sportbeleid, visiedocument, keuzenota, uitvoeringsprogramma, zomaar wat verschijningsvormen welke we tegenkomen in gemeentenland. Binnen de ene gemeente passeren ze allemaal. Andere gemeenten beperken zich tot een uitvoeringsprogramma. Is het eigenlijk nog wel van deze tijd om een meerjarenbeleid aan het papier toe te vertrouwen? Want hoe weten we zo zeker waar concrete behoefte aan is in 2020? En wie leest dat nu nog? Zou de focus niet moeten liggen op het daadwerkelijk doen in plaats van erover te schrijven?

Binnen SSNB zijn wij van mening dat het formuleren van een visie en beleid, als onderlegger voor het uitvoeringsprogramma wel degelijk waardevol is. Zelfs essentieel! We hebben het dan zeker niet over een lijvig document, maar juist over een beknopte opzet met ambities, kaders, visie en strategie. Die daadwerkelijk gelezen en gebruikt wordt. Temeer daar de rol van sport & bewegen aan het veranderen is. Daar waar vroeger de sport centraal stond (het is leuk, het is gezond en kan prestatiegericht zijn), zien we dat het vandaag de dag veel meer gaat over de andere aspecten en waarden van de sport. Sport en bewegen is laagdrempelig. Het verbroedert en verbindt: het betrekt de samenleving en levert toegevoegde waarde op verschillende (beleids-)terreinen. In mijn vorige column schreef ik al over de toepassing van beweeglogica; de openbare ruimte sportief! De effecten zijn legio. Wil je daar als gemeente ten volle van profiteren, dan heb je een integrale aanpak nodig. In een dergelijke opzet werken per definitie meerdere partijen samen. Niet alleen binnen het gemeentehuis, maar juist ook daarbuiten.

Betrek deze partijen vooral bij de totstandkoming van de plannen. Een droom of een visie is een belangrijkste eerste stap: wat zou je voor jouw gemeente willen? Hoe kunnen de partijen in het maatschappelijk middenveld daar hun bijdrage aanleveren? In tijd, geld, kennis en/of netwerk. Eigenaarschap op thema. Dan gaat het niet over die nieuwe accommodatie die je als vereniging zo hard nodig denkt te hebben. Of de hoogte van de jaarlijkse subsidie voor de instellingen. Dan gaat het om het hoger gelegen belang, een vitale wijk bijvoorbeeld. Het is belangrijk dat je als gemeente ook je eigen rol goed duidt. Veel gemeenten zitten al in de rol van regisseur, maar kunnen niet helemaal op afstand acteren. De partijen in het veld hebben hulp nodig bij zelf de verantwoordelijkheid te nemen en hoe daarbij samen te werken. Ook het proces hoe daar te komen kun je prima in een beleidsnotitie kwijt.

We hebben goede ervaringen bij gemeenten die de totstandkoming van hun sportbeleid op deze wijze hebben ingericht. De gemeente bepaalt de kaders, maar is vervolgens een van de partijen in het veld die betrokken wordt. Zo’n inspraak- of samenspraakproces werpt direct z’n vruchten af. Partijen zijn vanaf het allereerste begin geïnformeerd. De betrokkenheid zorgt voor draagvlak, de eerste verbindingen worden gelegd. Er ontstaan veel creatieve ideeën. Het vereenvoudigt de politieke besluitvorming en daarna de uitvoering van de diverse onderdelen. Het geeft veel voldoening om dergelijke trajecten te mogen begeleiden. Onze ervaring beperkt zich in deze niet alleen tot het organiseren van een dergelijk proces en het schrijven van de notitie. Inhoudelijk voegen we trends en ontwikkelingen toe, niet alleen lokaal en regionaal, maar zelfs landelijk. Vooral de rol van onafhankelijk procesbegeleider blijkt keer op keer van waarde te zijn. Want we ervaren wel dat partijen het in het begin lastig vinden om verder te denken dat alleen het eigen belang. Zodra ze echter ervaren dat samenwerken loont en feitelijk juist tot een ‘grotere koek’ leidt, komt de energie echt op gang. En daarmee de beweging op de geformuleerde ambities!

 

Met beweeglogica en big data werken aan de bewegende stad!

Lees het gehele artikel

De Amsterdamse beweeglogica deed vorig jaar haar intrede: wat kan er in de fysieke omgeving worden gedaan om meer mensen (meer) in beweging te krijgen? Wat drijft ze, of andersom; welke belemmeringen moeten worden weggenomen? De volgende uitgangspunten werden in Amsterdam geformuleerd:

  • De bewegende stad geeft ruim baan aan de fietser en voetganger;
  • In de bewegende stad is sport om de hoek;
  • De bewegende stad is een speeltuin;
  • In de bewegende stad wordt niet stilgezeten.

Ik geloof niet dat iemand het hier in de basis mee oneens is, toch slagen we er nog onvoldoende in om wensen en ambities daadwerkelijk te realiseren. Veel nieuwe concepten worden ontwikkeld, doen hun intrede maar leiden niet tot daadwerkelijke impact. De oplossing moet in mijn optiek dichter bij huis gevonden worden; door aan te sluiten bij de beweeglogica en dit ook zo in het beleid te verankeren. Zo zijn de uitgangspunten in Amsterdam vertaald naar concrete bouwstenen, met nagenoeg op alle onderdelen aansluiting naar beleid (structuurvisie openbare ruimte, uitvoeringsagenda’s, mobiliteitsaanpakken en overige agenda’s en plannen). Daadwerkelijk doen dus!

De naderende omgevingswet kan ook andere gemeenten hierbij helpen. Niet voor niets onderwerp van gesprek tijdens de werkconferentie van VSG op 14 juni jl.. Het concreet toewijzen van een aantal specifieke m2 per gebied gaat wellicht wat ver. Maar het direct meenemen van beweeg- en sportmogelijkheden in ruimtelijke ordeningsvraagstukken en bij gebiedsontwikkeling leidt direct tot resultaten. Dat onderstreept ook Hugo van der Poel, directeur van het Mulier Instituut in zijn betoog op SportKnowhowXL op 27 juni jl..

Het sociaal domein en de fysieke leefomgeving komen hier bij elkaar. Dat bewijst “Geleen, lokaal voor iedereen” een initiatief dat meedingt naar de prijs “Who Cares”, waarvan de winnaars tijdens de Dutch Design Week bekend worden gemaakt. De maximale afstand die ouderen met een rollator afleggen is ongeveer 300 meter. Dat betekent dus veelal een beperking in de activiteiten die ondernomen kunnen worden. Geleen, lokaal voor iedereen! wil ervoor zorgen dat er elke 300 meter ontmoetingsplaatsen zijn; van koffiekamer, een bakker met stoeltjes voor de deur of een boom met bankjes erbij. Deze ‘rollatorcirkels’ moeten de afstand tot voorzieningen (gevoelsmatiger) kleiner maken. Kortom, wanneer de mobiliteit, tegelijk met ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang verbetert groeit de sociale (veer-)kracht. Met als bijvangst afname van onveiligheid en positieve effecten op de leefbaarheid en vitaliteit tot gevolg.[1]

Zo maar een voorbeeld, maar het laat zich raden welke kansen dit biedt voor uitdagingen in het social domein (o.a. participatie, sociale cohesie, zelfredzaamheid) en het economische domein (o.a. arbeidsparticipatie, verlaging kosten voorzieningen, verhogen bestedingen). Met niet alleen voorzieningen maar ook programmering raak je beleidsterreinen ruimtelijke ordening, sport, groen/natuur, onderwijs (speelruimte, schoolpleinen) en recreatie en & toerisme. Hierbij is de rol van (big-)data essentieel: data geven inzicht in de inwoners van de stad. Waar woont welke doelgroep en wat zijn hun huidige en toekomstige behoeften? Deze inzichten vormen een belangrijke bron voor beleidsbeslissingen. Eigenlijk zou op basis van deze informatie ieder nieuw initiatief of besluit niet alleen moeten worden beoordeeld op intrinsieke meerwaarde voor de desbetreffende portefeuille maar ook op de meerwaarde voor andere beleidsterreinen. De inclusieve samenleving als basis.

Bij SSNB (Sportservice Noord-Brabant) zien we steeds meer gemeenten de switch naar dergelijk integraal denken en handelen maken. Wij merken dat we met sport en bewegen vaak een mooie kapstok hebben om een dergelijk proces in te gaan. De eigenschappen spreken voor zich. We zien het ook als onze uitdaging en opdracht om keer op keer te beoordelen waar we de meerwaarde voor andere domeinen kunnen realiseren. Het aanjagen en faciliteren van integrale bewegingen. Met verschillende gemeenten in Brabant zijn we trajecten opgestart om met sport en bewegen een bijdrage te leveren aan het sociale domein. Andere projecten zijn gebaseerd op het principe ‘de sportieve ruimte openbaar en de openbare ruimte sportief’. In alle gevallen gaan we uit van de data en de perspectieven en kijken we hoe we alle stakeholders en dus belangen kunnen betrekken. De Urban Sports & Culture is hiervan een mooi voorbeeld. Een beweging waarbij veel uitdagingen en doelstellingen samenkomen: jeugd/jongerenwerk/-zorg, sport, cultuur, vastgoed, openbare ruimte, evenementen, talentontwikkeling, innovatie en dan ben ik waarschijnlijk niet eens volledig. Een mooie aanvulling op de vaak nog wat traditionele sport- en beweeginfrastructuur. Qua branding ook nog eens dusdanig krachtig, dat ook de economische voordelen zich laten raden.

Kansen te over dus, maar laat ik vooral niet doorschieten. Hoe mooi zou het al zijn wanneer alle gemeenten bij hun RO-vraagstukken en de naderende omgevingswet (big-)data en beweeglogica als uitgangspunten meenemen zodat steeds meer mensen verleid worden om (meer) te gaan bewegen. Samen werken aan een bewegende stad (of wijk, of dorp)…!

[1] Afkomstig van Dimensus.nl