Van de stoep naar de skateparken
Yara kreeg haar eerste skateboard toen ze nog heel klein was. Haar moeder boekte er meteen een les bij, want vooral haar vader vond het skateboarden nogal spannend. Die eerste les in het skatepark vond ze geweldig, maar in groepslessen durfde ze nog niet meteen. Daarom begon ze vooral op de stoep in haar eigen buurt. ‘Skateboarden leer je pas echt door het heel veel te doen’, vertelt ze. ‘Dus deed ik dat gewoon op straat en op het pleintje in de buurt. Een echt skatepark was er niet dicht bij mijn huis, dus als ik daarheen wilde, moesten mijn ouders altijd met mij mee.’
Toen ze tien jaar was, deed Yara mee aan een skateweek in de kerstvakantie. ‘Toen ontdekte ik pas echt dat wanneer je iedere dag skate, je heel snel veel meer leert en er ook veel beter in wordt. Sindsdien ben ik eigenlijk overal en waar het maar kan aan het skaten. Mijn skateboard gaat overal mee naartoe.’
Steeds meer meiden, maar vaak nog de enige
Op skateplekken zijn meestal meer jongens dan meiden te vinden. Yara is daaraan gewend geraakt, maar ziet gelukkig wat verandering. ‘De laatste jaren zie ik wel steeds meer meisjes in de lessen. Dat vind ik echt heel erg leuk om te zien.’
In de skateparken buiten en op skate-spots is ze vaak nog het enige meisje. Yara zelf vindt dat niet per se een probleem. ‘Voor het skaten zelf maakt het niet uit of je met jongens of meisjes skate en ook niet hoe oud iemand is. Het gaat erom dat je allemaal dezelfde passie hebt.’
Benieuwd naar Girls Approved en wat dit project voor meiden in de openbare ruimte betekent? Lees hier meer over het project.
Niet elke plek voelt prettig en veilig
Het maakt voor Yara dus niet uit of ze tussen de jongens skate of tussen de meiden. Wat wel uitmaakt is de plek. Want niet iedere skateplek voelt voor Yara prettig en veilig. Vooral wanneer een plek afgelegen ligt, slecht verlicht of onoverzichtelijk is, gaat ze er liever niet alleen naartoe. ‘Als een plek niet goed verlicht is en afgelegen ligt, is het vaak minder fijn om er in je eentje naar toe te gaan.’
Een plek waar meer te beleven is, maakt een groot verschil. ‘Plekken waar bijvoorbeeld ook nog andere dingen te doen zijn, waar ook iets van horeca en toiletten zijn, maken het altijd fijn om er te komen. Dan is er meer sfeer en beleving en voel ik me prettiger.’
Ook de inrichting van pleintjes en parken kan volgens haar beter. Ze ziet graag verschillende faciliteiten voor (urban) sporten naast elkaar: skaten, freerunnen, basketballen en plekken om te zitten. ‘Sowieso zijn parken en pleintjes vaak niet specifiek ingericht om er te sporten en te bewegen, terwijl in mijn ogen het heel goed allemaal naast elkaar kan bestaan.’