Blog | Sanne van Mierlo | Waarom inclusie in de sport geen bijzaak is, maar randvoorwaarde

9 maart 2026

In de sportsector zijn we het snel eens: inclusie en diversiteit zijn belangrijk. In beleidsstukken krijgen mensen of groepen die achterblijven op het gebied van sportparticipatie terecht aandacht. Maar nog te vaak gaat het dan alleen over mensen met een beperking; aangepast sporten.

Daarmee zijn we er niet!

We kijken nog te vaak vanuit één, namelijk ons eigen, perspectief. We hebben het óver “doelgroepen”, maar vragen niet (altijd) naar hún perspectief. We halen begrippen als inclusie en diversiteit door elkaar. En we schuiven het onderwerp regelmatig af op “degene die daarover gaat”.

Dat is precies waar het beter kan, en moet!

Inclusie is geen functie. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Te vaak wordt inclusie gezien als het werk van één beleidsmaker, één buurtsportcoach of van de collega met “inclusie” in diens functietitel. Terwijl iedereen die werkt met mensen – wethouders, beleidsmakers, buurtsportcoaches, verenigingsondersteuners, trainers, teamleiders – invloed heeft op wie er mee kan en mag doen en wie niet.

Hoe kun je inclusief beleid maken als je de begrippen niet scherp hebt? Hoe kun je een vereniging toekomstbestendig adviseren als je mensen in een minderheidspositie niet weet te bereiken? Hoe kun je sportplezier organiseren als je eigen aannames leidend blijven?

Met de scholing “Divers denken, inclusief doen” streven we er vanuit SSNB naar om duidelijkheid te scheppen in het sportlandschap rondom dit thema. Om mensen met kennis en inzichten te voeden en ze de materie te laten doorleven.

Divers Denken: weten waar verschillen zitten

Diversiteit gaat over alle kenmerken waarop mensen van elkaar verschillen, denk aan achtergrond, sociaaleconomische positie, gender, opleiding, cultuur, overtuigingen, levensfase.

Divers denken betekent dat je weet dát die verschillen er zijn. Dat je begrijpt hoe ze doorwerken in sportdeelname. En dat je daarin juist de waarde weet te vinden.

Het vraagt dat je onderzoekt welke (onbewuste) aannames je meeneemt in je werk.

Wat we in de praktijk bijvoorbeeld heel vaak zien is dat het bestuur van een sportclub niet direct een afspiegeling vormt van alle leden van de club. Denk aan leeftijd, geslacht of etniciteit. Daarmee weet je eigenlijk al dat niet alle perspectieven in voldoende mate worden meegenomen.

Inclusief Doen: steeds opnieuw kiezen

Inclusief doen betekent dat je, met de kennis die je bijvoorbeeld opdoet in de workshop, keuzes maakt. Dat je mensen met een ander perspectief actief betrekt en uitnodigt omdat je weet je daarmee verschil maakt. Niet uit plicht, maar omdat betere resultaten ontstaan wanneer verschillende ideeën samenkomen.

Na de workshop lukt het deelnemers vaker om die inclusiebril bewust op te zetten. Het onderwerp wordt bespreekbaar. Teams leren anders kijken naar casussen uit hun eigen praktijk.

Wat levert dat bijvoorbeeld op?

  • Beleid dat beter aansluit bij de mensen die je wilt bereiken.
  • Teams die effectiever samenwerken.
  • Nieuwe ideeën en oplossingen voor bestaande knelpunten en uitdagingen. In beleid, participatie en sportprojecten.
  • Verenigingen die nieuwe leden en vrijwilligers weten te vinden en te binden.

Wat kost het als je dat niet doet? Gemiste verbinding. Gemiste mensen. Gemiste kansen. En uiteindelijk: gemiste maatschappelijke impact.

Het raakt meer dan sport alleen

Diversiteitskenmerken hangen samen met kansengelijkheid, gezondheid, economische positie en participatie. Als je mensen niet (actief) betrekt, vergroot je achterstanden. Als je dat wel doet, versterk je vitaliteit, welzijn en maatschappelijke deelname.

Daarom kan dit onderwerp niet binnen één beleidsdomein blijven. Inclusie in sport raakt preventie, gezondheid, armoedebeleid, onderwijs en sociale samenhang. Ook is er verbinding met de lokale inclusie agenda. Domein overstijgend werken is geen luxe – het is logisch.

Inclusie hoeft niet ingewikkeld te zijn

De grootste misvatting? Dat inclusie ingewikkeld of duur is. Vragen als “maar hoe ver moeten we dan gaan” en “wat kost ons dat dan” zijn overbodig!

In werkelijkheid begint het bij iets dat niets kost: de ander zien. Oprecht nieuwsgierig zijn. Vragen stellen. Samen zoeken naar een gedeeld vertrekpunt.

Inclusief werken vraagt geen extra budget. Het vraagt wél extra bewustzijn en vaardigheid.

Sanne van Mierlo,

Waarom ik dit werk doe

Ik groeide op met een broer met een beperking die regelmatig tussen wal en schip viel. Mijn loopbaan begon in het aangepast sporten. Maar gaandeweg zag ik dat er meer mensen langs de zijlijn staan dan we denken.

We doen hard ons best. En toch zien, horen en waarderen we perspectieven van mensen die minder op ons lijken nog niet altijd voldoende. Terwijl ook zij willen bewegen, ergens bij willen horen, zich thuis willen voelen. Bij een club, op een openbaar sportveld in de wijk, of in een gemeente.

Ik gun iedereen wat sport mij geeft: vitaliteit, gezondheid, een opgeruimd hoofd en ja – zelfs de waardering van spierpijn.

Ik geef deze scholing nu al 3 jaar en voor mij is het geslaagd als deelnemers tijdens een training echt naar zichzelf durven kijken en hardop zeggen: “Dat zou ik anders kunnen doen”. Dan weet ik dat daar de echte winst zit. Juist in dat kleine moment van inzicht.

Een oproep aan (semi)overheden

Als overheid kun je dit thema niet overlaten aan een enkeling. Stimuleer dat alle professionals die werken met (of voor) inwoners, leden en verenigingen kennis hebben over de principes van Inclusie en Diversiteit. Zorg dat dezelfde taal wordt gesproken.

Want inclusie is geen project. Het is een manier van werken.

En als we daar nu serieus in investeren (alleen al door tijd, kennis en aandacht i.p.v. direct door middelen), dan bouwen we aan een sportsector die niet alleen groeit in aantallen – maar in waarde.

“Als programmamanager LAB (Landelijke Academie Buurtsportcoaches) werk ik met een team aan het toegankelijk maken van ontwikkelmogelijkheden voor professionals binnen de brede regeling combinatiefuncties. Deze scholing zou iedere professional in onze sector gevolgd moeten hebben, niet alleen de buurtsportcoach, ook de clubkadercoach en al die andere functionarissen, tot en met directeuren en beleidsmedewerkers aan toe, want we hebben allemaal op een bepaalde manier met mensen, en dus inclusiviteit, te maken. Ik hoop dat dit dan ook gestimuleerd wordt door werkgevers en gemeentelijke opdrachtgevers. Heel blij dat we dit initiatief en de ontwikkelroute die daarop volgde, mogelijk mochten maken. – Brigitte Musters (Programmagamanager LAB)