Inclusie is geen functie. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Te vaak wordt inclusie gezien als het werk van één beleidsmaker, één buurtsportcoach of van de collega met “inclusie” in diens functietitel. Terwijl iedereen die werkt met mensen – wethouders, beleidsmakers, buurtsportcoaches, verenigingsondersteuners, trainers, teamleiders – invloed heeft op wie er mee kan en mag doen en wie niet.
Hoe kun je inclusief beleid maken als je de begrippen niet scherp hebt? Hoe kun je een vereniging toekomstbestendig adviseren als je mensen in een minderheidspositie niet weet te bereiken? Hoe kun je sportplezier organiseren als je eigen aannames leidend blijven?
Met de scholing “Divers denken, inclusief doen” streven we er vanuit SSNB naar om duidelijkheid te scheppen in het sportlandschap rondom dit thema. Om mensen met kennis en inzichten te voeden en ze de materie te laten doorleven.
Divers Denken: weten waar verschillen zitten
Diversiteit gaat over alle kenmerken waarop mensen van elkaar verschillen, denk aan achtergrond, sociaaleconomische positie, gender, opleiding, cultuur, overtuigingen, levensfase.
Divers denken betekent dat je weet dát die verschillen er zijn. Dat je begrijpt hoe ze doorwerken in sportdeelname. En dat je daarin juist de waarde weet te vinden.
Het vraagt dat je onderzoekt welke (onbewuste) aannames je meeneemt in je werk.
Wat we in de praktijk bijvoorbeeld heel vaak zien is dat het bestuur van een sportclub niet direct een afspiegeling vormt van alle leden van de club. Denk aan leeftijd, geslacht of etniciteit. Daarmee weet je eigenlijk al dat niet alle perspectieven in voldoende mate worden meegenomen.
Inclusief Doen: steeds opnieuw kiezen
Inclusief doen betekent dat je, met de kennis die je bijvoorbeeld opdoet in de workshop, keuzes maakt. Dat je mensen met een ander perspectief actief betrekt en uitnodigt omdat je weet je daarmee verschil maakt. Niet uit plicht, maar omdat betere resultaten ontstaan wanneer verschillende ideeën samenkomen.
Na de workshop lukt het deelnemers vaker om die inclusiebril bewust op te zetten. Het onderwerp wordt bespreekbaar. Teams leren anders kijken naar casussen uit hun eigen praktijk.
Wat levert dat bijvoorbeeld op?
- Beleid dat beter aansluit bij de mensen die je wilt bereiken.
- Teams die effectiever samenwerken.
- Nieuwe ideeën en oplossingen voor bestaande knelpunten en uitdagingen. In beleid, participatie en sportprojecten.
- Verenigingen die nieuwe leden en vrijwilligers weten te vinden en te binden.
Wat kost het als je dat niet doet? Gemiste verbinding. Gemiste mensen. Gemiste kansen. En uiteindelijk: gemiste maatschappelijke impact.
Het raakt meer dan sport alleen
Diversiteitskenmerken hangen samen met kansengelijkheid, gezondheid, economische positie en participatie. Als je mensen niet (actief) betrekt, vergroot je achterstanden. Als je dat wel doet, versterk je vitaliteit, welzijn en maatschappelijke deelname.
Daarom kan dit onderwerp niet binnen één beleidsdomein blijven. Inclusie in sport raakt preventie, gezondheid, armoedebeleid, onderwijs en sociale samenhang. Ook is er verbinding met de lokale inclusie agenda. Domein overstijgend werken is geen luxe – het is logisch.
Inclusie hoeft niet ingewikkeld te zijn
De grootste misvatting? Dat inclusie ingewikkeld of duur is. Vragen als “maar hoe ver moeten we dan gaan” en “wat kost ons dat dan” zijn overbodig!
In werkelijkheid begint het bij iets dat niets kost: de ander zien. Oprecht nieuwsgierig zijn. Vragen stellen. Samen zoeken naar een gedeeld vertrekpunt.