Meerwaarde voor verenigingen
De meerwaarde van de clubondersteuner zit volgens Lieke onder andere in de onafhankelijke positie. “Omdat wij als clubondersteuners niet ‘van’ de gemeente of een sportbond zijn, voelen verenigingen meer en sneller ruimte om vragen te stellen en zorgen open te delen”, aldus Lieke. Ook het lokaal organiseren van scholingen en bijeenkomsten (zoals sportcafés) wordt door verenigingen als positief ervaren, omdat reistijd en kosten beperkt blijven én deze vaak een lokaal tintje hebben.
Stéphan ziet dat hulpvragen vaak symptomen zijn van bredere organisatorische uitdagingen, zoals een gebrek aan duidelijke visie of interne communicatie. Naast laagdrempelige ondersteuning, zoals sportcafés of opleidingsmogelijkheden, is daarom soms meer specialistische ondersteuning nodig. In sommige gemeenten wordt hierop ingespeeld door functies zoals clubkadercoach, verenigingsmanager of sportparkmanager in te zetten, die zowel op korte termijn ondersteunen als werken aan borging op de lange termijn. Zo ook in gemeente Roosendaal waar, sinds 1 januari 2026, het team Clubondersteuning is uitgebreid met een sportparkmanager, verenigingsmanager en clubkadercoach. Waardevolle rollen, zo blijkt ook uit dit rapport “Professionalisering bij sportverenigingen en sportparken” van Mulier Instituut in 2025 én uit deze blog van Daan Ruimerman (projectmedewerker bij SSNB) over zijn ervaringen als sportparkmanager in gemeente Tilburg.
Een rol in beweging
Deze meerwaarde vraagt tegelijkertijd om een rol die meebeweegt met veranderingen in het sportlandschap. Waar voorheen werd gesproken van ‘verenigingsondersteuners’ en de focus traditioneel lag op sportverenigingen, richt de ondersteuning zich in gemeenten steeds vaker ook op anders georganiseerde sportaanbieders, zoals stichtingen en ondernemende sport- en beweegaanbieders. In die gemeenten wordt hierom al vaker gesproken over ‘clubondersteuning’ in plaats van ‘verenigingsondersteuning’.
Lieke geeft aan dat deze verbreding aansluit bij de veranderende sportpraktijk: “inwoners sporten steeds meer divers en niet meer uitsluitend binnen verenigingsverband. De clubondersteuner ondersteunt daarom niet alleen verenigingen, maar ook andere sportaanbieders bij vergelijkbare vraagstukken rondom thema’s als organisatie, kader, financiën en toekomstbestendigheid. Daarmee groeit de rol mee met de (landelijke) ontwikkeling van sport en bewegen en wordt ondersteuning breder inzetbaar en waardevol voor het lokale sportlandschap”.
De rol van het Sportakkoord en de servicelijst
Binnen het Nationaal Sportakkoord is de afgelopen jaren via de servicelijst van NOC*NSF ondersteuning beschikbaar gesteld aan sportverenigingen. Deze servicelijst biedt verenigingen de mogelijkheid tot deskundige begeleiding en scholing op thema’s zoals bestuur, vrijwilligersbeleid en sociale veiligheid. Vaak tegen een gereduceerd tarief óf zelfs gratis.
Lieke geeft aan dat deze financiële ondersteuning van grote waarde is. In de periode dat het budget tijdelijk was uitgeput, bleken verenigingen nauwelijks bereid of capabel om scholing op eigen kosten te organiseren. Volgens haar benadrukt dit hoe belangrijk het financiële steuntje in de rug is om verenigingen te blijven stimuleren in hun ontwikkeling.
Ook Stéphan noemt de servicelijst een belangrijk middel voor verenigingen om zich te blijven ontwikkelen. “De mogelijkheid om gebruik te maken van services verlaagt namelijk de drempel voor verenigingen. Daarnaast is het aanvragen van services vaak meteen een nieuw contactmomenten met verenigingen, waardoor we meer te weten komen over de ondersteuningsbehoeften en -kansen bij de betreffende vereniging”, aldus Stéphan.
Gevolgen van het aflopende Sportakkoord en financiering
Het Nationaal Sportakkoord en de bijbehorende financiering lopen eind 2026 af. Daarmee verdwijnt ook de servicelijst in de huidige vorm. Het is nog steeds onzeker of en hoe deze ondersteuning wordt voortgezet na 2026.
Lieke verwacht dat in haar gemeente Maashorst de rol van clubondersteuning blijft bestaan, maar voorziet dat het wegvallen van middelen vooral gevolgen zal hebben voor scholingen en procesbegeleiding. Zonder aanvullende financiering kunnen minder activiteiten worden aangeboden, wat gevolgen heeft voor de kwaliteit van kader en bestuur.
Stéphan verwacht dat vooral kleinere en financieel kwetsbare verenigingen minder snel zullen investeren in hun ontwikkeling. Het risico bestaat dat verenigingen blijven focussen op dagelijkse taken, terwijl structurele versterking naar de achtergrond verdwijnt. Dit kan de toekomstbestendigheid aantasten en uiteindelijk leiden tot uitstroom van leden. Daarnaast wijst hij erop dat lokale keuzes ook regionale effecten hebben: het verdwijnen van verenigingen vergroot reistijden en verlaagt de toegankelijkheid van sport voor inwoners in de gemeente.
Kansen voor duurzame borging
Ondanks deze uitdagingen zien Lieke en Stéphan ook kansen voor de toekomst. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om clubondersteuning structureel te verankeren in beleid en te koppelen aan andere domeinen zoals gezondheid, welzijn en cultuur.