Werkt jouw sportvereniging met betaald kader? De Wet Arbeidsmarkt in Balans is aangenomen door de Eerste Kamer en treedt per 1 januari 2020 in werking. Dit heeft gevolgen voor clubs die als werkgever actief zijn.

Verkleinen kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’
De wet moet vast personeel aantrekkelijker maken. Deze wet is bedoeld om de gevolgen van de wet WWZ (Wet werk en zekerheid) te repareren. Het doel van de WWZ was het verkleinen van de kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’. Dat is niet gelukt, de kloof is juist groter geworden. De nieuwe regels moeten het voor werkgevers aantrekkelijker maken om mensen in vaste dienst te nemen.

Wat gaat er veranderen?
Kort gezegd zal vast minder vast worden en flex minder flex. Om dit te realiseren heeft het kabinet onder andere de volgende maatregelen voor ogen:

  1. Andere berekening transitievergoeding
    Op dit moment is het zo dat een werknemer die korter dan 2 jaar in dienst is, bij ontslag geen recht heeft op een transitievergoeding. In de nieuwe wet heeft de werknemer vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding bij ontslag. Er bestaat dus eerder recht op een transitievergoeding, de hoogte van de vergoeding wordt wel lager. De hoogte wordt ⅓ maandsalaris per dienstjaar. Voorheen was dit ⅓ maandsalaris per dienstjaar en na 10 jaar ½ maandsalaris per jaar. Het wordt dus goedkoper om afscheid te nemen van werknemers die al lang werkzaam zijn.
  2. Verruiming ketenregeling
    Er komt een ruimere regeling voor opeenvolgende tijdelijke contracten. Wettelijk is het nu zo dat je maximaal drie aansluitende contracten in een periode van 2 jaar mag sluiten. Het voorstel is dat dit aangepast gaat worden naar drie aansluitende contracten in een periode van 3 jaar.
    De cao Sportverenigingen kent al een afwijking van de ketenregeling, je mag met die cao namelijk 6 tijdelijke contracten in 48 maanden afsluiten.
  3. Verlenging proeftijd
    Bij een nieuw contract voor onbepaalde tijd is het plan dat je 5 maanden proeftijd mag afspreken. (dit was 2 maanden). Bij tijdelijke contracten van twee jaar of langer geldt een proeftijd van 3 maanden. (dit was 2 maanden). Bij tijdelijke contracten korter dan 2 jaar blijft de proeftijd 1 maand.
  4. Oproepkrachten
    – Een oproepkracht moet je minimaal 4 dagen voor de daadwerkelijke oproep oproepen. Doe je dat later dan is hij niet verplicht aan de oproep gehoor te geven.
    – Indien een eenmaal gedane oproep korter dan vier dagen voor de daadwerkelijke werkzaamheden ingetrokken wordt dan moet de werkgever de oproepkracht alsnog uitbetalen.
    – Een oproepkracht die 12 maanden heeft gewerkt moet na 12 maanden verplicht een contract aangeboden krijgen op basis van het gemiddeld aantal uren in dat betreffende jaar.
  5. Introductie cumulatiegrond
    Het ontslaan van medewerkers zal eenvoudiger worden en ontslaggronden mogen met elkaar gecombineerd worden.