BLOG | De gemeenteraadsverkiezingen voorbij: pak nú door op Sport en Bewegen!

26 maart 2026

Voorafgaand aan elke verkiezing wordt er vanuit verschillende hoeken van het land volop campagne gevoerd. De politieke partijen voor hun plannen, de stakeholders voor hun inhoudelijke thema’s. Dat doet ook de sport- en beweegsector. Soms voor het algemeen belang van sporten en bewegen, soms voor een specifiek onderdeel. Zo ook in het eerste kwartaal van 2026: er werden analyses van partijplannen gemaakt en er vonden nationale en lokale sportdebatten plaats. Het is goed dat we dit doen, maar er is iets extra’s nodig.

Sport en bewegen vormt geen wettelijke taak, maar levert wél oplossingen voor veel maatschappelijke opgaven die dat wel zijn. Sport en bewegen draagt namelijk bij aan thema’s zoals gezondheid, mentale veerkracht, sociale verbinding en leefbare wijken. Investeren in sport en bewegen betekent daarnaast investeren in preventie, welbevinden en gelijke kansen. Kortom: veel impact op de samenleving en dus belangrijk om op de agenda en in de begrotingen te houden.

Wie speelt welke rol?

Maar wie staan hier nu eigenlijk voor aan de lat? Alle overheidslagen doen wel iets. Ik las in deze LinkedIn-post van Inge van Dijk (Tweede Kamerlid, CDA) dat sport en bewegen 0,009% op de VWS-begroting beslaat. Provincie Noord-Brabant ondersteunt naast evenementen, topsport en talentontwikkeling ook met inzet op bijvoorbeeld Uniek Sporten en Bewegen In de Openbare Ruimte. Maar het zijn primair de gemeenten die verantwoordelijk zijn. En daar wringt het vaak.

De grotere gemeenten hebben nog wel een visie en voldoende handjes in de uitvoering om invulling aan beleid te geven, alhoewel koerswijzigingen vaak tijd vragen. Dat komt ook door de goedbedoelde initiatieven vanuit de andere overheden waar gemeenten zich weer toe dienen te verhouden, willen ze daar ook financieel baat bij hebben. Soms verstoort dat de lokale processen.

Daarentegen hebben kleinere gemeenten te kampen met beperkte capaciteit. Daar ontbreekt het vaak aan visie. Niet uit onwil of onkunde, maar simpelweg omdat meer dan de actuele ballen in de lucht houden niet lukt. Dan doen we wat we altijd deden of geldt het principe van follow the money. Tijdelijk geld, tijdelijke inzet en focus, tijdelijke en beperkte resultaten, laat staan impact creëren….

Hoe moet het dan wel?

Eigenlijk is er een systeemwijziging nodig en/of een wet, waarvan het overigens maar de vraag is hoe ver die gaat reiken. Maar laten we daar niet op wachten. We kunnen nu al iets doen. Vanuit de Rijksoverheid en provinciale overheid zou het fijn zijn om (nog) betere aansluiting te vinden bij wat er lokaal gebeurt en dan te investeren en te ondersteunen in langere lijnen: minder incidenteel en versterken van wat al goed werkt vanuit gezamenlijk beleid. Dat vraagt een continue dialoog tussen deze overheidslagen om de bestaande budgetten effectief en efficiënt in te zetten.

Voor gemeenten betekent dit een concrete visie; wat wil je met sport en bewegen zelf en hoe kan sport en bewegen bijdragen aan doelstellingen op andere beleidsterreinen. Hang vervolgens alle keuzes die je in de uitvoering maakt, daaraan op. Centraal daarbij zijn vraaggericht werken (en daarmee dus data), een wijkgerichte/domeinoverstijgende aanpak en regionale samenwerking. Klinkt logisch, maar is niet altijd eenvoudig. Om vraaggericht te kunnen werken heb je inzicht in inwonerswensen en -perspectieven nodig en om datagestuurd te kunnen werken moet je monitoren en evalueren.

Een wijkgerichte aanpak vraagt lef in het gemeentehuis: durven we de domeinen ook financieel aan elkaar te verbinden, al is het maar met overkoepelende experimenteerruimte. Want als we in het kader van gezondheid of brede welvaart mogelijkheden zien om met sport en bewegen een bijdrage te leveren, dan mag dat ook iets kosten! Het vraagt ook lef in de aansturing naar je uitvoeringspartijen met heldere opdrachten, niet alleen op inhoud maar vooral op samenwerking; niet allemaal je eigen programma afdraaien in de wijk maar een gezamenlijke aanpak.

Samen bouwen we verder!

En je staat er als gemeente niet alleen voor. Regionaal samenwerken loont; je hoeft niet allemaal zelf het wiel opnieuw uit te vinden en daar dus op te investeren, maar stel een agenda op met gemeenschappelijke thema’s waar je gebundelde middelen aan koppelt. Terwijl ik dat schrijf hoor ik de diverse gemeenteraden al aarzelen; “hoe kunnen we de begrotingen dan controleren, onze middelen zijn immers voor onze inwoners?” Dus ook hier is lef nodig om te kijken hoe het wel kan. We willen immers toch niet het gedrag van zorgverzekeraars kopiëren (gericht op het eigen belang) maar juist verantwoordelijkheid nemen voor het totaal, voor alle inwoners? En samenwerken biedt juist ook kansen! Denk aan een bredere scope, versnelling door verdeling van aandacht, aantrekkelijker voor provincie en private partijen om aan te haken, te ondersteunen en te investeren.

Tilburgs voorbeeld

Er zijn al Brabantse voorbeelden waar ik zie dat deze aanpak werkt. Ik baseer me daarbij graag op de ontwikkelingen in mijn eigen stad Tilburg. Daar vormt de wijkgerichte aanpak (gebiedsgericht werken) de basis en dat is een belangrijk fundament. Een sportraad die vanuit dit gedachtegoed adviseert wat de stad nodig heeft, zowel op inhoud als proces (samenwerking), niet omdat er (tijdelijke) middelen zijn. Een gemeente die meerjarige opdrachten durft te verstrekken aan de uitvoeringspartijen en daar actief op stuurt. Gaat hier dan altijd alles goed? Nee, natuurlijk niet, maar de gesprekken worden altijd gevoerd, er wordt altijd gekeken naar kansen en mogelijkheden, wat er beter kan en de voorwaarden worden beetje bij beetje verder ingevuld. Waardoor we ook echt stappen maken.

Hoe zie ik dat voor me in provincie Noord-Brabant?

Ik zou graag in deze beweging willen investeren. Dit proces, deze transitie mogelijk willen maken. Zo zetten we ons nú in om het in 2025 getekende convenant op inhoud en proces te laden. Dat is al een eerste stap. Tijdens de dialoogtafels voor nieuwe en bestaande bestuurders en beleidsmedewerkers op 10 juni 2026 hebben we het, naast bestaande ontwikkelingen rondom diverse thema’s, juist over de kansen en mogelijkheden die dit soort dwarsdoorsneden met zich mee brengen en wie dan welke rol kan vervullen. Meerjarig richten, inrichten en verrichten over alle lagen en partijen heen geredeneerd vanuit de leefwereld van jouw inwoners; samen waar het kan, lokaal waar het moet.