De realiteit in gemeenten: tijd voor een nieuwe bril
In veel gemeenten wordt op het gebied van accommodaties nog voortgeborduurd op keuzes die tientallen jaren geleden zijn gemaakt. Een groot aantal sportvoorzieningen zijn gebouwd in de vorige eeuw en primair ingestoken vanuit het georganiseerde verenigingsleven. Inmiddels sporten inwoners echter steeds meer op flexibelere tijden en neemt het ongeorganiseerde en commerciële aanbod toe. In het huidige accommodatiebeleid is deze nieuwe realiteit vaak nog niet voldoende meegenomen.
Er komt momenteel in een hoog tempo een flinke reeks opgaven op gemeenten af. De toenemende druk op financiële middelen, de strijd om schaarse ruimte en de kwestie rond verduurzaming dwingen gemeenten om het volledige accommodatiebestand tegen het licht te houden.
Ronald Huijser benadrukt dat de complexiteit van deze vraagstukken het onmogelijk maakt om beleid voort te zetten zoals we dat al jaren gewend zijn. Waar sportverenigingen altijd de leidende factor waren, is de wereld nu simpelweg breder geworden. In de praktijk ziet Ronald hierin wel duidelijke verschillen tussen gemeenten. Grote gemeenten lopen vaak voorop doordat zij simpelweg meer beleidscapaciteit in huis hebben om strategisch over dit soort vraagstukken na te denken. Toch voelen inmiddels steeds meer gemeenten van uiteenlopende omvang de urgentie om er actief mee aan de slag te gaan doordat veel verouderde accommodaties toe zijn aan renovatie, herinrichting of verduurzaming. Ronald legt uit dat gemeenten nu keuzes moeten maken omdat het in stand houden van oude keuzes op de lange termijn te veel geld gaat kosten. “Wie nu niet handelt, heeft straks bijna geen knoppen meer om aan te draaien om bij te sturen.”
Het IHP Sport als strategisch kompas
Om niet van incident naar incident te rennen, stappen steeds meer gemeenten over op een Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport en Bewegen. De landelijke Handreiking IHP Sport en Bewegen (van Kenniscentrum Sport & Bewegen en VSG) biedt hiervoor het praktische framework (klik hier om het framework te downloaden).
Rutger Nienhuis legt de kracht hiervan uit: “Een IHP Sport is een strategisch meerjarenplan waarin wordt vastgelegd hoe sportaccommodaties toekomstbestendig worden gehouden. Het vormt de basis voor investeringen, renovaties, nieuwbouw en verduurzaming op basis van data, maatschappelijke behoeften en ruimtelijke ontwikkelingen.” Ronald vult aan: “Het opstellen van een IHP sluit aan bij landelijke kaders en geeft een duidelijke bestuurlijke prikkel en sturing.”
Kansen: van starre hokjes naar brede maatschappelijke voorzieningen
Een belangrijk inzicht van Ronald is dat we sportaccommodaties niet langer puur als sportplek moeten zien, maar als brede maatschappelijke voorzieningen. Door functies te combineren stijgt de bezettingsgraad én de maatschappelijke waarde:
- Integratie van onderwijs en maatschappij: Het koppelen van bewegingsonderwijs aan sportaccommodaties gebeurt al vaker, maar ook de integratie van zorg, welzijn en buitenschoolse opvang (BSO) biedt grote kansen.
- Ruimte voor commerciële sportaanbieders: Commerciële sportaanbieders zijn steeds belangrijker en moeten een stevigere plek krijgen in een gemeente.
Daarnaast biedt het herzien van het accommodatiebestand een uitgelezen kans op het gebied van duurzaamheid, wat niet alleen winst oplevert voor het milieu, maar het verlaagt ook direct de exploitatiekosten voor de gemeente en de gebruikers op de lange termijn.
Voor verenigingen kan deze omslag spannend zijn. Zij voelen soms dat ze moeten inleveren op hun vaste tijden of vertrouwde plek wanneer accommodaties gedeeld worden. Ronald wijst er echter op dat, mits je heldere afspraken maakt, nieuw beleid de verenigingen ook kansen kan bieden, zoals nieuwe samenwerkingsvormen en een aanwas van nieuwe leden.
Uitdagingen en knelpunten: regelgeving en moeilijke keuzes
Bij het realiseren van een modern accommodatiebeleid lopen gemeenten en aanbieders vaak tegen een aantal duidelijke barrières aan:
- Belemmerende wet- en regelgeving: Binnenruimtes of clubgebouwen mogen vanwege bestemmingsplannen niet zomaar gedeeltelijk verhuurd worden aan bijvoorbeeld een fysiotherapeut of welzijnsorganisatie. Ronald pleit ervoor dat gemeenten wat meer afstand nemen van rigide regelgeving en openstaan voor innovatieve oplossingen.
- Stroperige processen voor ondernemers: Commerciële sportaanbieders lopen vaak vast in lange juridische trajecten, vergunningsaanvragen en handhavingskwesties, wat voor frustratie zorgt. Gemeenten moeten hen op tijd benaderen en hen meenemen in het proces.
- Kwaliteit boven kwantiteit durven kiezen: Vernieuwing betekent soms dat je verenigingen moet teleurstellen. Dit vraagt om bestuurlijk lef van wethouders om af te stappen van oude rechten en gewoontes. Belangrijk is om verenigingen vanaf het begin mee te nemen en uit te leggen waar beslissingen vandaan komen.
- Interne afstemming: Het is cruciaal dat afdelingen binnen de gemeente en de wethouder(s) in hetzelfde tempo meebewegen, anders loopt het proces vast.
Belangrijk is hierbij wel dat beleidsmakers oog moeten houden voor de unieke eigenschappen van de sport. Het vraagt inlevingsvermogen in hoe verenigingen draaien — met vrijwilligers, specifieke cultuur en maatschappelijke tarieven. Elke verandering kan effecten hebben.