Beweegvriendelijkheid begint al klein: zo kijkt de gemeente Loon op Zand naar bewegen in de wijk

20 augustus 2026

Een bankje langs een wandelroute. Een veilige oversteekplaats. En een buurthuis waar je onderweg binnen kunt lopen voor een kop koffie. Het lijken misschien kleine onderdelen van de openbare ruimte, maar juist dit soort plekken kunnen bepalen of iemand zich gemakkelijk door een wijk beweegt en anderen ontmoet.

Dat was een van de inzichten uit de twee wijkscans die SSNB uitvoerde in twee delen van Kaatsheuvel, in opdracht van de gemeente Loon op Zand. De scans laten zien dat werken aan bewegen en ontmoeten voor senioren niet begint met het toevoegen van een nieuwe beweegplek. Het begint met kijken naar de wijk door de ogen van de senioren die er wonen.

De wijk als onderdeel van het beweegaanbod

In Loon op Zand voldoet 64% van de inwoners van 65 jaar en ouder niet aan de beweegrichtlijn en sport 62% niet structureel. Daarnaast voelt 49% van deze groep zich eenzaam (bron: AlleCijfers)

Tegelijkertijd ligt er in de openbare ruimte een kans om bewegen en ontmoeten dichter bij huis mogelijk te maken. De gemeente benoemt dit ook in verschillende beleidsstukken, waaronder de Omgevingsvisie 2040 en de Sport- en Beweegnota 2019-2030.

De vraag was daarom niet alleen: welk sport- of beweegaanbod hebben senioren nodig? Maar ook: hoe kan de wijk zelf uitnodigen om meer te bewegen en anderen te ontmoeten?

Kijken door de ogen van de wijk

Om antwoord te krijgen op deze vragen, zijn in Kaatsheuvel twee wijkscans uitgevoerd: één in Kaatsheuvel Oost en één in Kaatsheuvel West. In totaal liepen 31 deelnemers vanuit verschillende organisaties mee. Juist door samen de wijk in te gaan, kwamen zaken naar voren die je van achter een bureau minder snel ziet.

In Kaatsheuvel Oost werden bijvoorbeeld verschillende drempels ervaren om veilig te bewegen en ontmoeten. Zo waren er gevaarlijke oversteekplaatsen en ontbraken op sommige plekken voldoende bankjes om onderweg uit te rusten. Tegelijkertijd werden er ook kansen gezien, zoals de mogelijkheid om een openbaar park beter te benutten.

In Kaatsheuvel West lag de nadruk onder andere op het verbinden van verschillende groene stroken. Vanuit beide wijkscans ontstond vervolgens een breder idee: een route langs vijf bestaande wijkpunten, waaronder verzorgingshuizen, buurthuizen en het gemeentehuis/de bibliotheek. Deze plekken kunnen als startpunt of koffiepunt fungeren, waardoor de route ook in delen kan worden gelopen.

De oplossing hoeft dus niet altijd een nieuwe voorziening te zijn. Soms zit de winst juist in het beter verbinden van wat er al is.

Een mooie wandelroute of een goed geplaatst bankje is belangrijk, maar daarmee ben je er nog niet.

Een beweegvriendelijke wijk maak je samen

Dat is ook precies waar het BVO-model bij helpt. Een mooie wandelroute of een goed geplaatst bankje is belangrijk, maar daarmee ben je er nog niet.

De fysieke omgeving (de hardware) moet aansluiten bij wat mensen nodig hebben. Vervolgens is er ook software nodig: bijvoorbeeld een wandelgroep, activiteiten of ondersteuning vanuit een buurtsportcoach. En ten slotte is er orgware nodig: wie werkt samen, wie is verantwoordelijk en hoe zorg je dat plannen ook op langere termijn worden uitgevoerd en de aanpak wordt geborgd?

In Loon op Zand kwamen deze verschillende onderdelen tijdens het project samen. Naast wijkregisseurs René Pagie en Loes van der Vleuten waren onder andere de KBO, het gehandicaptenplatform, zorginstellingen, sport- en wandelverenigingen, de Sportraad, buurtsportcoaches, de woningbouwvereniging, ContourdeTwern en maatschappelijke accommodaties betrokken.

Die samenwerking is een belangrijke sleutel tot succes. Een wijkregisseur kent namelijk de wijk, kent de mensen die er wonen en weet en weet welke mogelijkheden er binnen de gemeente zijn voor budget en aanpassingen. Een zorginstelling weet welke behoeften de bewoners hebben en welke looproutes zij afleggen. Een buurtsportcoach weet wat nodig is om mensen daadwerkelijk in beweging te brengen.

Juist door die kennis en ervaring bij elkaar te brengen, ontstaat een sterker beeld van wat een wijk nodig heeft. Iedereen brengt vanuit het eigen domein kennis, ervaringen en ideeën in. Samen vormen die de basis voor een compleet advies en actieplan. In het actieplan staat vervolgens wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe inwoners bij de vervolgstappen worden betrokken en hoe zij geïnformeerd worden.

De kennis en ervaring van inwoners en lokale partijen zijn nodig om te bepalen wat een wijk daadwerkelijk nodig heeft.

Van wijkscan naar de volgende stappen

Een van de lessen uit Loon op Zand is dat het belangrijk is om de energie die tijdens een wijkscan ontstaat direct vast te houden. Wanneer er veel tijd zit tussen de scan en de vervolgstappen, verdwijnt de energie en betrokkenheid van partijen namelijk.

Uit de analyse kwamen veel ideeën, die nu verder uitgewerkt worden. Zo is er budget beschikbaar gemaakt om op korte termijn met de voorgestelde wandelroute langs de verschillende wijkpunten aan de slag te gaan. De uitkomsten van de scans zijn daarnaast actief gedeeld met betrokken lokale partijen, zodat zij direct kunnen aangeven welke rol zij kunnen spelen bij het wegnemen of verminderen van drempels voor senioren.

De meerwaarde van de kruisbestuiving tussen de verschillende (vrijwilligers-)organisaties is vastgehouden in de overleggen die wijkregisseurs hebben met al deze partijen. Zo is er nu een maandelijkse wandeling langs de Kwiek en Beweegroute, georganiseerd vanuit de zorginstelling, zowel voor bewoners als andere inwoners uit de wijk.

De inzichten uit de wijkscans worden binnen de gemeente gekoppeld aan bestaande plannen, verantwoordelijkheden en budgetten. Dat past bij de gedachte achter de wijkscan van ZonMw: gemeenten krijgen niet alleen inzicht in de huidige situatie, maar kunnen de uitkomsten ook gebruiken om verschillende domeinen met elkaar te verbinden en te komen tot praktische verbeteringen in de leefomgeving.

SSNB heeft de aanpak, waaronder het BVO-model en het stappenplan, overgedragen aan de gemeente. Daarmee kan de gemeente de aanpak in de toekomst zelfstandig toepassen bij plannen voor herinrichting en onderhoud, het uitvoeringsplan voor het sociaal domein of het accommodatiebeleid. Zo heeft de gemeenteraad recent het participatiebeleid waarin de ambitie is opgenomen om inwoners eerder en beter te gaan betrekken bij gemeentelijke plannen.

Want een beweegvriendelijke omgeving maak je niet alleen vanuit beleid of achter een tekentafel. De kennis en ervaring van inwoners en lokale partijen zijn nodig om te bepalen wat een wijk daadwerkelijk nodig heeft. Het aanleggen van bijvoorbeeld een beweegroute is dan ook niet het eindpunt. We moeten er ook samen voor zorgen dat inwoners de route aansluit op de behoeften van de inwoners en dat zij hem weten te vinden, gebruiken en blijven gebruiken.

Zo wordt een kleine aanpassing in de openbare ruimte onderdeel van iets groters: een wijk die uitnodigt om te bewegen, elkaar te ontmoeten en mee te doen.