Waarom het accommodatiebeleid nú op de schop moet

13 augustus 2026

Stijgende energiekosten, verouderde sporthallen en een schaarse fysieke ruimte: gemeenten staan voor een complex vraagstuk als het gaat om hun sportvoorzieningen. Ondertussen verandert de behoefte van de inwoner razendsnel; ongeorganiseerd en commercieel sporten nemen een vlucht, terwijl traditionele sportclubs soms krimpen of juist vastlopen door gebrek aan ruimte.

Voortborduren op keuzes uit het verleden is simpelweg geen optie meer. Hoe zorgen gemeenten dat hun sportinfrastructuur klaar is voor de toekomst? Ronald Huijser (beleidsadviseur sport, Vereniging Sport en Gemeenten) en Rutger Nienhuis (regio adviseur SSNB) delen hun inzichten over de noodzaak van een nieuw accommodatiebeleid.

De realiteit in gemeenten: tijd voor een nieuwe bril

In veel gemeenten wordt op het gebied van accommodaties nog voortgeborduurd op keuzes die tientallen jaren geleden zijn gemaakt. Een groot aantal sportvoorzieningen zijn gebouwd in de vorige eeuw en primair ingestoken vanuit het georganiseerde verenigingsleven. Inmiddels sporten inwoners echter steeds meer op flexibelere tijden en neemt het ongeorganiseerde en commerciële aanbod toe. In het huidige accommodatiebeleid is deze nieuwe realiteit vaak nog niet voldoende meegenomen.

Er komt momenteel in een hoog tempo een flinke reeks opgaven op gemeenten af. De toenemende druk op financiële middelen, de strijd om schaarse ruimte en de kwestie rond verduurzaming dwingen gemeenten om het volledige accommodatiebestand tegen het licht te houden.

Ronald Huijser benadrukt dat de complexiteit van deze vraagstukken het onmogelijk maakt om beleid voort te zetten zoals we dat al jaren gewend zijn. Waar sportverenigingen altijd de leidende factor waren, is de wereld nu simpelweg breder geworden. In de praktijk ziet Ronald hierin wel duidelijke verschillen tussen gemeenten. Grote gemeenten lopen vaak voorop doordat zij simpelweg meer beleidscapaciteit in huis hebben om strategisch over dit soort vraagstukken na te denken. Toch voelen inmiddels steeds meer gemeenten van uiteenlopende omvang de urgentie om er actief mee aan de slag te gaan doordat veel verouderde accommodaties toe zijn aan renovatie, herinrichting of verduurzaming. Ronald legt uit dat gemeenten nu keuzes moeten maken omdat het in stand houden van oude keuzes op de lange termijn te veel geld gaat kosten. “Wie nu niet handelt, heeft straks bijna geen knoppen meer om aan te draaien om bij te sturen.”

Het IHP Sport als strategisch kompas

Om niet van incident naar incident te rennen, stappen steeds meer gemeenten over op een Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport en Bewegen. De landelijke Handreiking IHP Sport en Bewegen (van Kenniscentrum Sport & Bewegen en VSG) biedt hiervoor het praktische framework (klik hier om het framework te downloaden).

Rutger Nienhuis legt de kracht hiervan uit: “Een IHP Sport is een strategisch meerjarenplan waarin wordt vastgelegd hoe sportaccommodaties toekomstbestendig worden gehouden. Het vormt de basis voor investeringen, renovaties, nieuwbouw en verduurzaming op basis van data, maatschappelijke behoeften en ruimtelijke ontwikkelingen.” Ronald vult aan: “Het opstellen van een IHP sluit aan bij landelijke kaders en geeft een duidelijke bestuurlijke prikkel en sturing.”

Kansen: van starre hokjes naar brede maatschappelijke voorzieningen

Een belangrijk inzicht van Ronald is dat we sportaccommodaties niet langer puur als sportplek moeten zien, maar als brede maatschappelijke voorzieningen. Door functies te combineren stijgt de bezettingsgraad én de maatschappelijke waarde:

  • Integratie van onderwijs en maatschappij: Het koppelen van bewegingsonderwijs aan sportaccommodaties gebeurt al vaker, maar ook de integratie van zorg, welzijn en buitenschoolse opvang (BSO) biedt grote kansen.
  • Ruimte voor commerciële sportaanbieders: Commerciële sportaanbieders zijn steeds belangrijker en moeten een stevigere plek krijgen in een gemeente.

Daarnaast biedt het herzien van het accommodatiebestand een uitgelezen kans op het gebied van duurzaamheid, wat niet alleen winst oplevert voor het milieu, maar het verlaagt ook direct de exploitatiekosten voor de gemeente en de gebruikers op de lange termijn.

Voor verenigingen kan deze omslag spannend zijn. Zij voelen soms dat ze moeten inleveren op hun vaste tijden of vertrouwde plek wanneer accommodaties gedeeld worden. Ronald wijst er echter op dat, mits je heldere afspraken maakt, nieuw beleid de verenigingen ook kansen kan bieden, zoals nieuwe samenwerkingsvormen en een aanwas van nieuwe leden.

Uitdagingen en knelpunten: regelgeving en moeilijke keuzes

Bij het realiseren van een modern accommodatiebeleid lopen gemeenten en aanbieders vaak tegen een aantal duidelijke barrières aan:

  1. Belemmerende wet- en regelgeving: Binnenruimtes of clubgebouwen mogen vanwege bestemmingsplannen niet zomaar gedeeltelijk verhuurd worden aan bijvoorbeeld een fysiotherapeut of welzijnsorganisatie. Ronald pleit ervoor dat gemeenten wat meer afstand nemen van rigide regelgeving en openstaan voor innovatieve oplossingen.
  2. Stroperige processen voor ondernemers: Commerciële sportaanbieders lopen vaak vast in lange juridische trajecten, vergunningsaanvragen en handhavingskwesties, wat voor frustratie zorgt. Gemeenten moeten hen op tijd benaderen en hen meenemen in het proces.
  3. Kwaliteit boven kwantiteit durven kiezen: Vernieuwing betekent soms dat je verenigingen moet teleurstellen. Dit vraagt om bestuurlijk lef van wethouders om af te stappen van oude rechten en gewoontes. Belangrijk is om verenigingen vanaf het begin mee te nemen en uit te leggen waar beslissingen vandaan komen.
  4. Interne afstemming: Het is cruciaal dat afdelingen binnen de gemeente en de wethouder(s) in hetzelfde tempo meebewegen, anders loopt het proces vast.

Belangrijk is hierbij wel dat beleidsmakers oog moeten houden voor de unieke eigenschappen van de sport. Het vraagt inlevingsvermogen in hoe verenigingen draaien — met vrijwilligers, specifieke cultuur en maatschappelijke tarieven. Elke verandering kan effecten hebben.

Wie nu niet handelt, heeft straks bijna geen knoppen meer om aan te draaien om bij te sturen

Ronald Huijser, Vereniging Sport & Gemeenten

Regionale afstemming: de druk op kostbare voorzieningen

Een specifiek dossier waar de noodzaak tot verandering zichtbaar wordt, is de exploitatie van zwembaden en gespecialiseerde sportaccommodaties. Hier is regionale afstemming van essentieel belang. Zo zijn zwembaden cruciaal voor de volksgezondheid en zwemveiligheid, maar brengen ze tegelijkertijd extreem hoge gemeentelijke kosten met zich mee. Veel gemeenten worstelen dan ook met de vraag: blijven we miljoenen steken in het overeind houden van verouderde zwembaden binnen onze eigen gemeentegrenzen, of zoeken we de samenwerking op?

Hoewel gemeenten traditioneel voorzieningen op hun eigen grondgebied willen houden, dwingt de financiële werkelijkheid hen om over de gemeentegrenzen heen te kijken. Zo zie je bij zwembaden en de wat minder grote sporten (niche sporten) dat regionale afspraken tussen buurgemeenten noodzakelijk worden om het aanbod betaalbaar en toegankelijk te houden.

Ronald en Rutger zien beiden dat de stap naar regionale afstemming, en vervolgens samenwerking, in sommige gemeenten nu langzaam op gang komt. Dit gebeurt momenteel ook in de Metropoolregio Eindhoven.

Praktische tips voor een succesvol accommodatiebeleid

Ronald Huijser en Rutger Nienhuis geven de volgende concrete adviezen mee aan gemeenten die hiermee aan de slag gaan:

  • Pak als domein Sport de regie: Het ruimtelijk domein kijkt primair naar vierkante meters, terwijl de afdeling Sport de unieke maatschappelijke waarde en de verenigingscultuur kan borgen.
  • Betrek (huidige, én toekomstige) gebruikers vroegtijdig en maak multifunctioneel de norm: Zorg dat je nadenkt over het flexibel inzetten van ruimtes voor meerdere doelgroepen, zoals sport, zorg, onderwijs en welzijn. Maak aan de voorkant duidelijke kaders, maar ga vervolgens blanco het gesprek aan met betrokken partijen zoals verenigingen, inwoners én commerciële sportaanbieders. Geef huidige gebruikers als verenigingen de tijd om mee te denken.
  • Creëer bewustwording over kosten en tarieven: Een goed voorbeeld is de gemeente Weert. Zij hebben verenigingen tijdig en transparant uitgelegd dat jarenlang profiteren van lage tarieven financieel niet langer haalbaar was. Door deze vroegtijdige uitleg over het waarom, ontstond er uiteindelijk begrip en bewustwording in plaats van weerstand.
  • Wees goed voorbereid en zorg voor juiste informatievoorziening: Zorg dat je feiten en cijfers op orde zijn. Weet wat de daadwerkelijke bezettingsgraad van je accommodaties is en kijk verder dan alleen de basiscijfers. Gebruik bijvoorbeeld NOC*NSF om effecten van trends te voorspellen of gebruik demografische gegevens om veranderingen in vraag en gebruik te voorspellen. Maar wees ook op de hoogte van juridische kaders en bestemmingsplannen. Ga na hoe regelgeving de maatschappelijke en multifunctionele exploitatie ondersteunt of belemmert.
  • ‘Gluren bij de buren’ en leren van onderzoek: Kijk vooral naar de ervaringen en het proces van andere gemeenten die hiermee aan de slag zijn (gegaan). Wat kun jij hiervan leren? Een waardevol initiatief is het landelijke onderzoekstraject SpotON, vanuit Universiteit Utrecht, waarbij 28 sportlocaties intensief worden geanalyseerd. Zij brengen in kaart welke innovatieve organisatievormen, verdienmodellen en samenwerkingsverbanden bijdragen aan een beter gebruik van accommodaties en de omliggende openbare ruimte. Het is dus een tip voor gemeenten om daar eens in te duiken om van te leren.
  • Staar je niet blind op de ‘hardware’: Het renoveren of bouwen van stenen is een middel. Het doel blijft om zoveel mogelijk inwoners duurzaam in beweging te krijgen en sociale cohesie te versterken.