Dat was een van de inzichten uit de twee wijkscans die SSNB uitvoerde in twee delen van Kaatsheuvel, in opdracht van de gemeente Loon op Zand. De scans laten zien dat werken aan bewegen en ontmoeten voor senioren niet begint met het toevoegen van een nieuwe beweegplek. Het begint met kijken naar de wijk door de ogen van de senioren die er wonen.
De wijk als onderdeel van het beweegaanbod
In Loon op Zand voldoet 64% van de inwoners van 65 jaar en ouder niet aan de beweegrichtlijn en sport 62% niet structureel. Daarnaast voelt 49% van deze groep zich eenzaam (bron: AlleCijfers)
Tegelijkertijd ligt er in de openbare ruimte een kans om bewegen en ontmoeten dichter bij huis mogelijk te maken. De gemeente benoemt dit ook in verschillende beleidsstukken, waaronder de Omgevingsvisie 2040 en de Sport- en Beweegnota 2019-2030.
De vraag was daarom niet alleen: welk sport- of beweegaanbod hebben senioren nodig? Maar ook: hoe kan de wijk zelf uitnodigen om meer te bewegen en anderen te ontmoeten?
Kijken door de ogen van de wijk
Om antwoord te krijgen op deze vragen, zijn in Kaatsheuvel twee wijkscans uitgevoerd: één in Kaatsheuvel Oost en één in Kaatsheuvel West. In totaal liepen 31 deelnemers vanuit verschillende organisaties mee. Juist door samen de wijk in te gaan, kwamen zaken naar voren die je van achter een bureau minder snel ziet.
In Kaatsheuvel Oost werden bijvoorbeeld verschillende drempels ervaren om veilig te bewegen en ontmoeten. Zo waren er gevaarlijke oversteekplaatsen en ontbraken op sommige plekken voldoende bankjes om onderweg uit te rusten. Tegelijkertijd werden er ook kansen gezien, zoals de mogelijkheid om een openbaar park beter te benutten.
In Kaatsheuvel West lag de nadruk onder andere op het verbinden van verschillende groene stroken. Vanuit beide wijkscans ontstond vervolgens een breder idee: een route langs vijf bestaande wijkpunten, waaronder verzorgingshuizen, buurthuizen en het gemeentehuis/de bibliotheek. Deze plekken kunnen als startpunt of koffiepunt fungeren, waardoor de route ook in delen kan worden gelopen.
De oplossing hoeft dus niet altijd een nieuwe voorziening te zijn. Soms zit de winst juist in het beter verbinden van wat er al is.