Dromen en verbeelding zijn cruciaal
Voor mij was één van de eyeopeners het besef dat rekenkundige modellen alleen niet meer volstaan. We hebben ook dromen en verbeelding nodig om richting te geven aan de samenleving die we willen bouwen. Dat raakt aan een passage uit De Groene Amsterdammer, waarin de waarde van verbeeldingskracht scherp wordt neergezet:
‘Stop met doemdenken, begin weer met dromen. Natuurlijk zijn er veel dingen om zorgen over te hebben en de oplossingen liggen niet voor het oprapen. Maar juist door zijn intelligentie en verbeeldingskracht is de mens in staat om grote gevaren in te zetten als een motor voor noodzakelijke radicale vernieuwing.’
Met andere woorden: vaak is er voldoende bewijs en zijn er talloze voorbeelden en (financiële) onderbouwingen om het anders te doen, maar zitten we vast in spreadsheets en begrotingen, (coalitie)akkoorden en beleidsplannen. We weten eigenlijk best welke kant we op moeten, maar durven het roer (nog) niet om te gooien.
Deze zoektocht raakt precies aan de vraag die mij dagelijks bezighoudt: hoe maken we van de openbare ruimte niet alleen een plek waar je dóórheen beweegt, maar een plek waar mensen zich uitgenodigd voelen om te bewegen, te spelen, elkaar te ontmoeten en zich thuis te voelen?